
Uitvoeringswet Internationaal Strafhof
Artikel 44
1
In gevallen waarin de overlevering bij rechterlijk gewijsde ontoelaatbaar is verklaard, kan de rechtbank te 's-Gravenhage, op verzoek van de opgeëiste persoon, hem een vergoeding ten laste van de staat toekennen voor de schade die hij heeft geleden ten gevolge van de vrijheidsbeneming, bevolen krachtens deze wet. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De artikelen 89, derde, vierde en zesde lid, 90, 91 en 93 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.
2
In gevallen als bedoeld in het eerste lid vinden de artikelen 591 en 591a van het Wetboek van Strafvordering overeenkomstige toepassing op de vergoeding van kosten en schaden voor de opgeëiste persoon of diens erfgenamen. In de plaats van het in artikel 591, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde gerecht treedt de rechtbank te 's-Gravenhage.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.